Skoap'nskot
Hoge Hexel

* Ontstaan *

De met riet gedekte schaapskooi werd rond 1800 werd op het “erve Berends” in Hooge Heksel gebouwd. Kenmerkend aan deze schaapskooi zijn de houten wanden die aan de buitenzijde met aarde zijn aangevuld. In deze aarden wallen staan de houten schoorpalen die de kapconstructie zijdelings steunen. Op de verdiepte bodem van de schaapskooi werden afgestoken heideplaggen met de mest van de schapen afgewisseld. De heideplaggen deden toen dienst als een soort stro. Met deze menging van heideplaggen en mest werd na de winter de rond het erf liggende akkers op de essen vruchtbaar gehouden.

Tot 1923 bezat het erve Berends 120 schapen die destijds over de lagergelegen heidevelden graasden.
Vanaf juli 1862 werd het erf bewoond door de familie Lohuis waarvan er achtereenvolgens woonden:
* Derk Lohuis (1831-1910)
   en zijn vrouw Egbertdina Dubbink en zoon
* Harmen Hendrik Lohuis (1865-1919)
   en zijn vrouw Johanna C. Vredenburg en hun zeven kinderen, waarvan op de boerderij bleef:
* Mannes Lohuis (1891-1974)
   en zijn vrouw Janna Romate en hun vier kinderen, waarvan op de boerderij bleef:
* Jan Lohuis (1926)
   en zijn vrouw Bertha Janna Koers en hun 4 kinderen.


Na de komst van de kunstmest had de schaapskooi als potstal zijn functie verloren en zag je ook geen schapen meer op de heide grazen. Rond 1980 werden de gronden rondom Hoge Hexel verkaveld waarmee ook de boerderijfunctie van het voormalig “erve Berends” is gestopt. In 1981 verhuisde de familie Lohuis naar hun nieuwe boerderij aan de Loomsweg.



Om het culturele erfgoed zo goed mogelijk te behouden werd de schaapskooi door de “Rijksdienst voor de Monumentenzorg” op de lijst van Monumenten geplaatst. Desondanks raakte de schaapskooi in de loop der jaren steeds verder in verval. Zonder subsidieverlening was het opknappen of het in stand houden van de schaapskooi voor de eigenaar niet op te brengen en menigeen vroeg zich af wat er met dit mooie stukje historie zou gaan gebeuren.